28 windmolens langs A16 voeden lokale energieprojecten

De 28 windmolens die de komende tijd langs het Brabantse deel van de rijksweg A16 verrijzen, leveren niet alleen groene stroom op. Ze staan als het ware symbool voor het aanjagen van energieprojecten in plaatsen langs diezelfde A16. Liefst een kwart van de winst die de molens opleveren, gaat hier naartoe. “Je moet zorgen dat iedereen kan meedoen aan de energietransitie.”

Torenhoge hijskranen zijn momenteel met enige regelmaat te zien langs de A16. Wie volgend jaar van Zundert tot aan de Moerdijkbrug over deze snelweg rijdt, komt maar liefst 26 gloednieuwe windmolens tegen. Met akelige precisie hangen de kranen steeds drie, van soms wel 75 meter lang, bladen aan het ronddraaiende middelpunt. Een aantal turbines is inmiddels gebouwd en klaar voor de testfase.

De windmolens hebben samen een vermogen van ruim 100 megawatt. Ze wekken jaarlijks een hoeveelheid groene stroom op die vergelijkbaar is met het verbruik van meer dan 100.000 huishoudens. Maar behalve van techniek is dit project ook een fraai staaltje van verduurzaming in combinatie met sociale innovatie. Het is namelijk de bedoeling dat zo’n 25 procent van het rendement dat de windmolens opleveren, wordt geïnvesteerd in lokale energieprojecten.

Zeker in deze tijden van torenhoge inflatie wordt duidelijk: lang niet iedereen kan een rol spelen in de energietransitie. Met het project Energie A16 zorgen de initiatiefnemers ervoor dat ook mensen zonder geschikt eigen dak of met een kleine portemonnee hieraan kunnen meedoen. Tegelijk met de plaatsing van de windmolens, start nu het proefdraaien met projecten die kunnen rekenen op draagvlak in de plaatsen langs de snelweg. 

Gedragen door de gemeenschap

Dit gebeurt met Slimme Stappen, een apart subsidietraject onder de paraplu van Energie A16. “We gaan oefenen hoe een deel van het rendement van de windmolens op een goede manier kan worden besteed”, vertelt projectleider Joris van Boxtel. “Er zijn twee typen projecten: one-stop-shop, voor het verduurzamen van woningen, en de sleutelprojecten.”

Die laatste worden volgens hem sterk gedragen door de gemeenschap zelf. Als voorbeeld noemt Van Boxtel het verduurzamen van gemeenschapshuizen en ontmoetingscentra, zoals Koutershof in Rijsbergen of Kievitslaar in Effen bij Breda. Of bij sportclubs. Eveneens worden de mogelijkheden onderzocht van zonthermie (genereren van warmte door het opvangen van zonne-energie met thermische zonnepanelen).

Meedenken over lokale participatie

Energie A16 voert terug naar december 2015. Destijds tekenden de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert de overeenkomst Windenergie A16. Twee jaar later sloten zij het convenant Green Deal Windenergie A16, samen met negen projectontwikkelaars en andere stakeholders. Ook startten toen de informatieavonden met betrokken bewoners.

Want niet iedereen zit te wachten op een windmolen in z’n ‘achtertuin’. Aanvankelijk hadden omwonenden geen behoefte om mee te praten. Maar naarmate duidelijk werd dat de turbines toch ergens zouden komen en dat lokale participatie een belangrijk onderdeel was, begonnen ze mee te denken.

Dit leverde onder meer de Burenregeling op: 156 gezinnen die het dichtst in de buurt van de windmolens wonen, krijgen vanuit deze regeling geld en begeleiding om hun huis te verduurzamen. Op die manier worden de lusten en lasten van de groene energieopwekking eerlijk verdeeld. 

Zoektocht naar goede initiatieven

Daarnaast hebben de betrokken gemeenten ieder een Lokale Energie Agenda (LEA) opgesteld, samen met plaatselijke stakeholders als energiecoöperaties en wijk- en dorpsraden. Van Boxtel: “De projecten die wij faciliteren, moeten in zo’n LEA passen. Het is een zoektocht om tot goede initiatieven te komen. Waar is draagvlak voor in een dorp? De keuze en ontwikkeling van projecten vindt plaats in afstemming met de lokale gemeenschap.”

Bij die zoektocht komt de projectleider ook de nodige belemmeringen tegen. “Onder meer op het gebied van financiering of techniek, zoals de congestie op het energienet. Daardoor zijn bijvoorbeeld grote zonnedaken niet mogelijk. We kunnen daar voorlopig geen aansluiting meer voor krijgen bij Enexis. Je bekijkt altijd hoe je een project zo optimaal mogelijk kunt inrichten voor de gemeenschap. Koppel je bijvoorbeeld de verduurzaming van een gemeenschapshuis aan het plaatsen van openbare laadpalen.”

Het goed uitwerken van lokale energieprojecten levert criteria op waaraan moet worden voldaan. Op die manier worden het voorbeeldprojecten en hoeven anderen niet zelf het wiel uit te vinden. Zo kan het worden opgeschaald naar de andere gemeenten langs de A16. Bijkomend voordeel is dat zo’n initiatief niet alleen geld kost, maar ook geld kan opleveren door lagere energielasten. Daarmee kan de investering weer worden terugbetaald en wordt het geld gebruikt voor een volgend project. 

Energiearmoede meer dan ooit actueel

Uiteindelijk hoopt Energie A16 een voorbeeld te zijn voor de hele provincie. Want er zijn volgens Van Boxtel mooie initiatieven in Brabant, maar toch vooral voor mensen die het kunnen betalen. “Ik wil die niet tekortdoen – ik heb ze zelf ook mee opgezet – maar bij grote projecten zoals Energie A16 moet je ervoor zorgen dat iedereen kan meedoen.”

“Dan is het van en voor de gemeenschap, en dat zorgt voor draagvlak. Uiteindelijk – maar dat gaat een stuk verder dan dit project – geloof ik in energiegemeenschappen; het zoveel mogelijk uitwisselen van energie op lokaal niveau. Het met elkaar leggen van die puzzel is belangrijk om betaalbare energie te kunnen borgen, maar ook om bijvoorbeeld het energienet te ontlasten.”

Neem voor meer informatie een kijkje op De Energiewerkplaats