Een windmolen in de achtertuin? Ja, graag!

Teun van Dam

Teun van Dam was jarenlang fel tegen windmolens, maar ziet nu ook de (financiële) voordelen van die turbines dicht bij huis. © Peter Braakmann/Pix4Profs

Teun van Dam voerde jarenlang een felle strijd tegen windmolens dicht bij Rijsbergen. Tot een paar jaar geleden. Sinds kort staan de windturbines haast in zijn achtertuin en is hij er eigenlijk best blij mee. Wat is hier gebeurd?

,,Als je er maar lang genoeg naar kijkt, wen je eraan.” Teun van Dam zit aan de keukentafel in Rijsbergen. Met een kop koffie in de hand kijkt hij naar buiten. Daar lopen zijn paarden. Boven hen uit torenen sinds vorig jaar zomer zeven windmolens van 210 meter. ,,Sommigen in de buurt zeggen dat het uitzicht wel wat heeft.” Dat had niemand verwacht, zo’n twintig jaar geleden.

Van Dam stond aan het begin van deze eeuw aan het roer van de Stichting Oekel tegen Windmolens. Samen met de buurt wilde hij toen een vuist maken. Dat had succes; het plan ging niet door. ,,Het verbaasde mij hoe eenvoudig het was om een boel lawaai te maken. Ik genoot ervan.”

Naar eigen zeggen kent de 73-jarige Rijsbergenaar het ‘spelletje in de windwereld’ nu beter. Achteraf gezien was vooral het proces destijds een doorn in het oog van de omwonenden van buurtschap Oekel. ,,Op een informatiebijeenkomst kregen we een mededeling: er zouden drie windmolens van 150 meter hoog komen op nog geen 400 meter afstand. We hadden niets meer in te brengen. Nu is er in Nederland geen windmolenbouwer meer die denkt er op die manier mee weg te komen.”

Onlangs werd ook een streep door een plan in Ossendrecht gezet. Daar waren vijf windmolens gepland, maar door protesten van inwoners en een milieuorganisatie komt er maar één. In de polder tussen Wagenberg en Zevenbergschen Hoek leidt een plan ook tot onrust. Eerder dit jaar ontstond daar fel verzet tijdens een informatieavond.

Mensen zien de lasten, niet de lusten

De eerste windmolen die niet tot verzet leidt, moet hoogstwaarschijnlijk nog worden geplaatst. Toch zijn de duurzame turbines een deel van de oplossing. Op dit moment dreigt het energienet overbelast te raken, doordat er te veel energie wordt opgewekt op zonnige dagen. De oplossing volgens de West-Brabantse gemeenten: meer windenergie voor een betere spreiding. Dus meer windmolens.

Maar bij de zestien samenwerkende gemeenten merken ze dat ze inwoners nog niet kunnen overtuigen van het belang van die windturbines. Mensen zien vooral nog de lasten, niet de lusten. Van Dam begrijpt dat. ,,Twintig jaar geleden zag ik het nut er niet van in. We zaten niet te wachten op windmolens waar je geluidsoverlast of slagschaduw van kunt hebben.”

Sinds een paar jaar denkt Van Dam daar totaal anders over. Hij werd, net als alle andere bewoners langs de A16 tussen de Moerdijkbrug en de Belgische grens, geïnformeerd over een nieuw plan: Energie A16. In totaal goed voor 28 windmolens. Dit keer merkte de pensionado verschil. ,,Er werd open en eerlijk gesproken. Over het plan, het waarom en aan de omwonenden werd gevraagd wat we ervan vonden én waar we moeite mee hadden. Er werd oprecht naar ons geluisterd, voor het eerst. En in de loop van de tijd bleek dat onze feedback werd verwerkt in het plan. Dát was het verschil.”

‘We kunnen goede dingen doen’

Volgens Van Dam was nog steeds geen enkele omwonende écht blij met het plan. ,,Maar het proces is zorgvuldig gegaan. Zo voorkom je verzet. Ik merkte op een gegeven moment dat we de strijd ook niet konden winnen. Hooguit wat vertragen, maar wat heb je daaraan? Dat kost mij energie en de gemeenschap geld. Toen kreeg ik het inzicht: als ik iets wil doen, moet ik ervoor zorgen dat met de opbrengst goede dingen worden gedaan voor de omgeving.”

Een kwart van de molens is lokaal eigendom. De opbrengst van die 25 procent is bedoeld voor de vier betrokken gemeenten: Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert. Van Dam en oud-wethouder Rinie van Tilburg kregen de opdracht om ervoor te zorgen dat het geld goed terechtkwam en richtten daarom de stichting WindCent op. ,,We kunnen goede dingen doen.”

Zoals een burenregeling voor de 160 huishoudens die het dichtst bij de windmolens wonen. Zij hebben recht op zo’n 15.000 euro per woning die ingezet moet worden voor verduurzaming. ,,Het liefst gunnen we iedere inwoner zo’n cadeau, maar dat gaat niet. We kunnen dit proces nu wel gebruiken om de verduurzaming van andere woningen gestalte te geven. Op dit moment loopt hiervoor een pilot ‘lekcheck’, waarbij een energiecoach aan huis komt.”

Huis zo lek als een mandje

Van Dam heeft zo’n check gehad, want zijn woning ligt nét buiten de 15.000 euro-straal. ,,Mijn huis bleek zo lek als een mandje. We hebben de kieren laten verhelpen. Tegenwoordig flakkeren de kaarsen niet meer. Ook hebben we inmiddels dubbelglas. Zo doen we telkens wat.” En die windmolens in de achtertuin? Daar heeft de Rijsbergenaar ‘in principe’ geen last van. Ze staan er nu één jaar en hij heeft ze ’s avonds twee keer gehoord. ,,Maar een andere buurvrouw slaapt er slecht van.”

Niet iedere locatie is geschikt

Op dit moment staan er negen windprojecten op de regionale rol: nabij Dinteloord, Ossendrecht, Galder, Hazeldonk, Terheijden, Langeweg, Zevenbergen én twee verschillende projecten langs de A16 bij Breda en Moerdijk. Als het aan de West-Brabantse gemeenten ligt, worden dat er meer. 

Zo denkt ook de Noord-Brabantse gedeputeerde Jos van der Horst erover, maar als portefeuillehouder energie weet hij dat het een beladen onderwerp is. ,,Voor veel mensen is geluidsoverlast het grootste probleem. Daarna komt slagschaduw. Als overheid kijken we daarom naar locaties waar zo min mogelijk mensen overlast ervaren. Door zelf initiatief te nemen en locaties aan te wijzen, hebben we daar invloed op.”

Veel luchtmachtbasissen in Noord-Brabant

Maar niet iedere locatie is geschikt. In Noord-Brabant zijn bijvoorbeeld relatief veel militaire vliegbases: Woensdrecht, Gilze-Rijen, Eindhoven en Volkel. ,,Daar hebben we te maken met laagvlieggebieden en kunnen geen windmolens geplaatst worden. Dat is op dit moment de grootste uitdaging op dit gebied.”

Daarom is het van belang om omwonenden actief te betrekken bij dit soort projecten. Dat zorgt voor de minste weerstand. Energie A16 is daarom een goed voorbeeld. Die voorbereiding duurde in totaal 2,5 jaar. Dat is volgens de provincie ‘razendsnel’ voor dit soort projecten. 

‘Baanbrekend’

Van der Horst noemt die uitwerking zelfs ‘baanbrekend’. Omdat omwonenden actief zijn betrokken bij de voorbereiding, maar vooral omdat het gelukt is om de omgeving te laten profiteren van de opbrengsten voor verduurzaming van hun woning. ,,Sommige huishoudens hebben daardoor bijna geen kosten meer aan de energierekening. Dat zorgt voor betrokkenheid, draagvlak én waardering voor zo’n initiatief. Maar voor veel mensen is het nog steeds geen reden om een windmolen in de achtertuin te willen.”

Bron: BN DeStem